Vogels op de Domburgsche

Golf en natuur zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De circa 10.000 hectare aan golfbanen in ons land vormen een groot groen landschap, waar veel vogels verblijven.
Op de duinbaan van onze Domburgsche Golfclub verblijven veel verschillende vogels. Je hoeft niet veel moeite te doen om allerlei klein spul rond de struiken te zien fladderen. Niet alleen zien we veel soorten trekvogels, zelfs goudhaantjes en tapuiten, maar ook standvogels die jaarrond bij ons foerageren en broeden. Met een beetje oog voor de omgeving word je je bewust van de grote variatie en geniet je extra van een ronde golf in de prachtige duinen. Om een handje toe te steken geeft de Commissie Committed to Green hieronder een beknopt overzicht van de meest aansprekende soorten. De meeste foto's komen uit ons eigen fotobestand, maar daar waar die niet voorhanden waren of niet onderscheidend genoeg, hebben we het internet geplunderd. Met toestemming van de Vogelbescherming hebben we gebruik gemaakt van hun gegevens uit de online vogelgids. Wilt u meer weten over vogels of hier niet genoemde soorten vinden, vraag het dan aan onze commissieleden of raadpleeg deze gids: https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids.
Ook de moeite waard is het boekwerk dat de Koninklijke Nederlandse Golf Federatie samen met Vogelbescherming Nederland heeft uitgegeven. Zeven golfbanen, in vijf verschillende landschapstypen, hebben samen met de Vogelbescherming gekeken naar welke soorten er op hun baan kunnen voorkomen en welk beheer ze voor die soort kunnen toepassen. Dat project heeft het handboek 'Vogels en golfbanen' opgeleverd, waarin adviezen staan die golfbanen op hun eigen terrein kunnen doorvoeren. In onderstaande link kunt u het als pdf downloaden. https://www.vogelbescherming.nl/actueel/bericht/?bericht=1663

OVERZICHT van Opvallende en Bijzondere Vogels op de Domburgsche
De complete vogelinventarisatielijst van de Domburgsche Golfclub kunt u bekijken op: GEO.InventarisatieVogels.pdf.xls
Rode lijst wil zeggen dat het een met uitsterven bedreigde soort is.

 TAPUIT

TAPUIT
Oenanthe oenanthe - Vliegenvangers (Muscicapidae)
Rode lijst
Tapuiten zijn op de grond levende vogels in de omgeving van duinen en heidevelden, in het buitenland ook van droge graslanden, hoogvenen, rotsige hellingen en toendra's. Tapuiten broeden in holen, vaak een konijnenhol. Het uit insecten en ander klein gedierte bestaande voedsel wordt liefst op schaars begroeide, insectenrijke plaatsen verzameld. Tapuiten zijn trekvogels en overwinteren op de Afrikaanse savannen.
In het voor- en najaar kun je tapuiten zien, vaak op het 100- en 150 meterpaaltje langs hole 4 of daar in de buurt rondscharrelend.

VELDLEEUWERIK

VELDLEEUWERIK
Alauda arvensis - Leeuweriken (Alaudidae)
Rode lijst
De uitbundig klinkende zang van de veldleeuwerik kan op mooie dagen in het voorjaar van grote hoogte gehoord worden. De mannetjes maken spectaculaire zangvluchten. Eerst vliegen ze naar een hoogte van soms meer dan honderd meter, waarna ze luid zingend omlaag duiken om in de buurt bij het vrouwtje te landen. Een uitzonderlijk record ligt op 56 minuten. Helaas gaat het zeer slecht met de veldleeuwerik. Sinds 1960 namen de aantallen met 95% af. Daarmee is deze soort een van de grootste slachtoffers van de intensieve landbouw en verruiging van de duinen.
Regelmatig boven de baan te zien.

GELE-KWIKSTAART

GELE KWIKSTAART
Motacilla flava - Kwikstaarten (Motacillidae)
Rode lijst
Gele kwikstaarten hebben een voorkeur voor open landbouwgebieden. 'Gele kwikken' wippen de staart regelmatig met felle schokkende bewegingen op en neer. Gele kwikstaarten hebben een onstuimige balts, met trillende veren fladdert het mannetje boven het vrouwtje of loopt steeds rondjes om haar heen.
Een heel enkele keer op de baan waargenomen.

GRASPIEPER

GRASPIEPER
Anthus pratensis - Kwikstaarten (Motacillidae)
Rode lijst
De algemeenste piepersoort in Nederland. Heeft geen opvallende kenmerken, maar roep en zang zijn karakteristiek. Broedt in allerlei open landschappen, het talrijkst in open duinen. Hij is daar een belangrijke waardvogel, in wiens nest de koekoek haar ei legt. Is als broedvogel sterk achteruitgegaan, vooral in grasland, maar trekt nog wel talrijk door, vooral in april en oktober. Schaarser in de winter.
Vooral langs de hoge kant van de baan.

KNEU

KNEU
Carduelis cannabina - Vinken (Fringillidae)
Rode lijst
Kneuen zijn vaak te zien groepjes waarbij de vogels erop los kwetteren. Een mannetjes kneu in prachtkleed heeft een fraaie karmijnrode borst en 'baret'. De kneu broedt in lage struiken en struwelen nabij kruidenrijke vegetaties, in allerlei tamelijk open landschappen. Ze broeden vaak half-kolonievormig en zoeken hun voedsel ver buiten de territoria. Nederlandse broedvogels overwinteren in Zuidwest-Europa.
Hele vrolijke groepjes, vaak te zien in de bosjes langs hole 2.

 

BRAAMSLUIPER 

BRAAMSLUIPER
Sylvia curruca - Grasmussen (Sylviidae)
De braamsluiper is, zoals de naam wellicht al doet vermoeden, een vogel die meestal onopgemerkt blijft. Zo zingt de soort vooral de weken rond Koningsdag uitgebreid, en is hij de rest van het jaar bijzonder zwijgzaam. Erg bontgekleurd is de braamsluiper niet, maar slechts weinig vogelsoorten hebben zo'n witte keel; alleen de grasmus. Dat maakt in combinatie met de uitbundige zang de braamsluiper niet zo moeilijk te herkennen voor wie er een meent te zien in het struikgewas.
Op de Domburgsche vaak in de struiken langs holes 1, 2 en 4

ROODBORSTTAPUIT

ROODBORSTTAPUIT
Saxicola rubicola - Vliegenvangers (Muscicapidae)
Roodborsttapuiten vind je op heides, in de duinen, in ruige, open moerasgebieden en in halfopen boerenland. Het zijn vogels van open tot halfopen, vaak droge terreinen met enige struweelopslag of hoog opschietende kruiden. Het goed verborgen nest wordt op of net boven de grond gebouwd. Vanaf een uitkijkpost in het territorium wordt het grootste deel van het uit insecten en ander klein gedierte bestaande voedsel opgespoord. De mannetjes zijn goed herkenbaar met zwarte kop, witte halszijden en feloranje borst.
Bij ons te zien in en bij de bosjes naast de rode tee van hole 9.

PATRIJS        PATRIJS-KUIKENS

PATRIJS en kuikens
Perdix perdix - Hoenders (Phasianidae)
Rode lijst
Patrijzen zijn standvogels (die bij het broedgebied blijven overwinteren) van open agrarisch gebied, heidevelden en hoogvenen. Oorspronkelijk waren het steppebewoners, maar de soort heeft zich erg goed aangepast aan het leven in kleinschalig agrarisch landschap. In Nederland komt de patrijs verspreid voor. Akkerland is het meest in trek, vooral als dit wordt afgewisseld met ruige dijken, slootranden, wegbermen en houtwallen. Patrijzen eten zowel plantaardig als dierlijk voedsel, maar de jongen leven de eerste weken louter van insecten en ander klein gedierte. De patrijs is altijd een favoriet doelwit geweest voor jagers, maar die hebben de jacht op de soort moeten staken. Het aantal patrijzen neemt, door schaalvergroting in de landbouw, dramatisch af.
Een koppeltje patrijzen wordt een enkele maal per jaar gezien en dan vooral achterin de baan bij hole 5.

GROENE-SPECHT

GROENE SPECHT
Picus viridis - Spechten (Picidae)
Rode lijst
Groene spechten zijn standvogels van open loofbossen, hoogstamboomgaarden, parken en oude houtsingels. Hij broedt meestal in een zelfgehakt hol in een oude loofboom. Zijn voedsel bestaat vooral uit grote mieren (vooral rode bosmieren) en wordt meestal op de grond verzameld. De lachende roep van de groene specht is een opvallend kenmerk. Roffelt niet vaak en zwak.
Een enkele keer waar te nemen en dan vooral aan het begin van hole 1.

SCHOLEKSTER

SCHOLEKSTER
Haematopus ostralegus - Scholeksters (Haematopodidae)
Scholeksters zijn stevig gebouwde, zwart-witte steltlopers die vaak aan de kust, maar ook algemeen in het binnenland worden aangetroffen. De snavel van een scholekster is handig om in het wad naar mossels en kokkels te zoeken en om ze te openen. De snavel slijt hard maar groeit ook weer snel. In de zomer, als hij veel op het wad is, heeft hij een kortere snavel dan in de winter, wanneer hij voedsel zoekt op het land. Scholekster kunnen wel 35 jaar oud worden.
Op de Domburgsche broeden meestal 3 à 4 paren per jaar, waaronder altijd een paar op het dak.

GRUTTO

GRUTTO
Limosa limosa - Strandlopers (Scolopacidae)
Rode lijst
De grutto is een oer-Hollandse weidevogel. Nog wel. Want de natuurwaarden van het agrarisch land staan zwaar onder druk. Waar het boerenbedrijf nog ruimte laat voor natuur, daar gedijt de grutto. Zo is hij de ambassadeur van agrarisch land waar productie en natuur in balans zijn. Nergens in Europa broeden zoveel grutto's als in Nederland. In 2016 is de grutto door het Nederlandse publiek uitgekozen tot nationale vogel.
Bij slechter weer vaak op fairways 4 en 6 in groepen van zo'n 20 vogels, soms een paartje op de fairway van hole 9. De meeste kans op het weiland aan de overkant van de Schelpweg en dan in enorme aantallen, tussen de kieviten.

EKSTER

EKSTER
Pica pica - Kraaien (Corvidae)
Eksters zijn intelligente vogels met een fascinerende leefwijze. Tot hun derde levensjaar leven eksters in 'jeugdbendes', daarin doen ze de ervaring op die een ekster nodig heeft om jongen groot te kunnen brengen. Eksters eten wat ze kunnen vinden: het grootste deel van hun menu bestaat uit emelten, kevers, regenwormen en menselijk afval als patat en brood. Vooral in het broedseizoen, wanneer de eksters zelf jongen hebben, vullen ze hun dieet nog aan met eitjes van andere vogels en soms ook jonge vogels. De ogenschijnlijk zwart-wit gekleurde vogel blijkt bij nauwkeuriger kijken een bont palet aan metallic-kleuren te vertonen. Eksters staan er in de volksmond om bekend glimmende voorwerpen als sierraden en zilveren theelepeltjes te 'stelen' en naar het nest te brengen. Dit gedrag komt voort uit de onverzadigbare nieuwsgierigheid van eksters; alles dat er 'anders' uitziet, wordt onderzocht en eventueel begraven onder enkele bladeren voor later gebruik.
Op de Domburgsche door de hele baan, met broedparen achter de 5de green.

GRASMUS

GRASMUS
Sylvia communis - Grasmussen (Sylviidae)
De grasmus is geen opvallende vogel, maar de zang en de zangvlucht wel. Grasmussen zijn 'pioniervogels' van de allereerste bosstadia, met opslag van struweel, in allerlei landschappen. Soms ook in pure ruigte met alleen hoge kruiden te vinden. Ondanks zijn naam is de grasmus niet nauw verwant aan de huismus. De 'familie' van de grasmussen is vooral een in het zuiden van Europa en in Afrika voorkomende groep vogels. Hiervan heeft de grasmus veruit het grootste verspreidingsgebied.
Op de Domburgsche vaak in de struiken aan de hoge kant van de baan, bijvoorbeeld achter de gele tee van hole 5. Meestal bovenop het bovenste takje.

FAZANT 

FAZANT
Phasianus colchicus - Hoenders (Phasianidae)
Fazanten zijn prachtig gekleurde vogels - althans, de mannetjes. De vrouwtjes zijn bijzonder goed gecamoufleerd. De fazant komt van nature voor in Europa, maar niet in de West-Europese landen. Het gebied tussen Georgië, Armenië, Azerbeidzjan en van Vietnam tot in Noord-Korea vormt het oorspronkelijke leefgebied van de fazant. De Romeinen waardeerden de fazant om zijn vlees en zorgden ervoor dat de soort zich over grote delen van Europa verspreidde. De groei van het Europese fazantenbestand vond later plaats. Vooral ten behoeve van de plezierjacht werden vanaf de 18e eeuw grote aantallen fazanten gefokt en losgelaten. Dit is in Nederland verboden, maar gebeurt illegaal nog wel. De fazant komt van nature voor in laaglandbossen, waar hij is gespecialiseerd in het vangen van insecten, hagedissen en soms muizen, zaden en aas op de bosbodem. De in Nederland voorkomende fazant is een mix van verschillende ondersoorten en varianten, die in het Aziatische broedgebied voorkomen.
Op de Domburgsche zien we een afname van het aantal broedparen, maar begin 2016 zagen we toch nog 2 paren met jongen helemaal rechts in de hoek aan het begin van de eerste hole.